#498 Veroorzaakt God dat Mensen Kwaaddoen?
December 16, 2018
Q
Beste dr. Craig,
Dank u voor alles dat u heeft gedaan om ons te helpen de God van de Bijbel te begrijpen wat betreft moeilijke zaken die wij allen tegenkomen. Als volgeling van Christus heb ik moeite met sommige passages in de Geschriften die lijken aan te geven dat God niet alleen het kwaad kent (– en u heeft de behandeling al vaker gedaan –), maar zelfs nog erger dat God daadwerkelijk het kwaad VEROORZAAKT. Ik refereer aan de verklaringen zowel in het OT en het NT. Het betreft het verharden van Farao’s hart in Genesis, dan Johannes 13:27b waar Jezus tegen Judas zegt, “Wat je doet, doe het snel” (er schijnt geen keuze te zijn voor die arme Judas), helemaal tot aan Openbaring 17:15–17 en specifiek het eerste deel van de verzen 16–17 waarbij er staat, “. . . [D]e tien horens die jij hebt gezien, en het beest, zij zullen de hoer haten, en haar verwoest en naakt maken, haar vlees opeten en haar met met vuur verbranden; want God heeft het hun in hun hart gegeven zijn zin te doen en hen één van zin te maken, en hun koningschap aan het beest te geven, totdat de woorden tot voleinding zijn gebracht . . . .” (Openbaring 17:16–17, NB). Verwijst “het” in het vers naar alle vreselijke dingen die ze doen? – haten, verwoesten, vlees eten, het verbranden met vuur?
Hoe kan ik een GOEDE God (goed in de zin van morele perfectie en in de zin van morele perfectie voor alle moraliteit) met Zijn opzettelijke handelingen om kwaad te veroorzaken – of met Zijn handelingen om anderen kwaad te laten doen – verzoenen? Wat mis ik hier? Als ik dit met andere gelovigen bespreek, denken sommigen dat Hij in Zijn soevereine wil in staat is alles te doen dat Zijn doelen dient, en hieronder valt het direct uitvoeren van kwade zaken of het veroorzaken dat anderen kwade dingen doen. Ik word geschokt bij het hebben van zo’n vooruitzicht en kan de woorden van de Geschriften die ik hierboven heb geciteerd niet met God’s karakter, dat ik zo lang heb omarmd, verzoenen.
Ik wil mijn hoofd niet in het zand steken en deze zaken negeren: ik wil robuuster antwoord op deze erg moeilijke verzen en concepten. Ik zou het op prijs stellen uw gedachten hierover te hebben. Dank u!
Kathy
Verenigd Koninkrijk
Dr. craig’s response
A
Jouw voorbeelden, Kathy, zijn een mengsel van diverse zaken. Ik zie helemaal geen determinisme in Jezus’ woorden aan Judas. Weten wat iemand zal doen heeft geen enkele causale belemmerende invloed op de persoon. Dus ik zie dat Jezus tegen Judas zegt, “Ga nu maar. Maak het maar af.” (Het herinnert mij aan een oud lied van Patsy Cline, “Hurt Me Now, Get It Over!” Er is geen sprake van causaal determinisme.) En wat betreft Openbaring 17: dit beschrijft symbolisch simpelweg God’s toorn tegen de zonde. Het gaat niet echt over individuele personen, maar over steden, naties, en allianties. Een beter voorbeeld zou zijn waar God Babylon in het OT opwekt om Israël binnen te gaan, waarbij er sprake was van onrechtvaardige handelingen maar die wel God’s oordeel over Israël teweegbracht vanwege Israël’s zonde. Ook al was wat de Babylonische leiders deden onjuist, verdienden de Israëlieten de harde behandeling die hun straf was. Hun straf was zelfs goed, zelfs als deze door de instrumenten van slechte mannen werd uitgedeeld.
Dan nog zou je kunnen struikelen vanwege God die het mensen in hun hart ingeeft om slechte daden te doen, zelfs als het de rechtvaardigheid van God betreft. Je hebt moeite, net zoals met Farao, met God die zijn hart verhardde. Ik ben het ermee eens dat we niet kunnen zeggen dat God mensen heeft veroorzaakt kwaad te doen, want dat zou tegen God’s aard ingaan.
Om deze situaties te addresseren is een bevredigende goddelijke voorzienigheidstheorie nodig, die zowel God’s soevereiniteit over alle dingen bevestigt én menselijke libertarische vrijheid. Zo’n verklaring wordt door het Molinisme voorzien, die als kern de doctrine van middenkennis heeft (zie mijn toevoeging aan Four Views on Divine Providence, red. Dennis W. Jowers [Grand Rapids, Mich.: Zondervan, 2011]). Volgens het Molinisme zijn er twee manieren waarop God een staat van zaken kan veroorzaken (oftewijl, het laten gebeuren van dingen). Ten eerste is er sterke actualisatie, waar God causaal een effect direct door Zijn actie teweegbrengt. Ten tweede is er zwakke actualisatie, waar God iemand in een verzameling omstandigheden plaatst met de kennis dat de persoon vrijwillig zou kiezen om een bepaald effect teweeg te brengen.
Het zou meteen duidelijk zijn dat de zwakke actualisatie van een kwaad niets te maken heeft met een God die kwaad veroorzaakt. Hij veroorzaakt op zijn hoogst dat een vrije actor in een bepaalde situatie is, en het is de actor zelf die vrijwillig een kwaad teweegbrengt. Bovendien wilt God bij het Molinisme absoluut het goede, maar Hij wilt niet absoluut dat actores kwaad uitvoeren. Hij staat ze toe kwaad te doen, wetend dat Hij een goed hieruit kan laten volgen. Kwade daden – door vrije actores uitgevoerd – worden dus op zijn hoogst conditioneel door God gewild.
Met het soort goddelijke soevereiniteit over de kwade gedachten van de mens waarmee je moeite hebt worden de Geschriften doordrenkt, en het wordt mooi uitgelegd door een Molinistische verklaring van goddelijke voorzienigheid. Denk aan Josef’s stelling aan zijn broeders in Egypte: “. . . [Wees] niet bedroefd en laat het niet in jullie ogen branden dat jullie mij hierheen [hebben] verkocht[,] want tot levensbehoud heeft God mij voor jullie aanschijn uit hierheen gezonden . . . . [E]n jullie, je hebt tegen mij kwaad bedacht; Gód heeft dat ten goede gedacht, met het doel om te doen als op deze dag: een grote gemeenschap in leven te houden . . . .” (Genesis 45:5; 50:20). Het verraad en de misleiding van de broers hadden niet kunnen worden veroorzaakt door God; en toch had soeverein de gebeurtenissen richting Zijn van tevoren geziene doel om Israël van de hongersnood te redden gedirigeerd.
Of overweeg de volgende passages betreffende Jezus’ kruisiging:
. . . [H]em, naar de vastgestelde raad en voorkennis van God (aan u) gegeven, hebt ge door de hand van Wetslozen aangenageld en gedood . . . . (Handelingen 2:23, NB).
. . . [Z]e hebben in deze stad zich verzameld tegen hem die gij gezalfd hebt, uw heilige knecht Jezus: Herodes en Pontius Pilatus, samen met de volkeren en gemeenschappen van Israël, om te doen al wat uw hand en uw beraad tevoren had bepaald dat zou geschieden . . . . (Handelingen 4:27–28, NB).
Hier hebben we een verbluffende assertie van goddelijke soevereiniteit over de zaken van mensen. Over de samenzwering om Jezus te kruisigen, die niet alleen de Romeinen en Joden in Jerusalem in die tijd betrof, maar specifieker Pilatus en Herodes, die Jezus berechtten, wordt er gezegd dat deze door God’s plan gebeurde op basis van Zijn voorkennis en decreet.
Als we het bijbelse woord “voorkennis” begrijpen als een woord dat middenkennis omvat, dan kunnen we zulke passages als redelijk zien, want via Zijn middenkennis wist God precies welke personen, als ze lid van het Sanhedrin waren, vrijwillig voor Jezus’ veroordeling zouden kiezen; welke personen, als ze in Jerusalem waren, vrijwillig voor Christus’ dood zouden kiezen en Barabbas’ vrijlating liever wilden; wat Herodes, als hij koning was, vrijwillig zou doen als reactie op Jezus en op Pilatus’ verzoek om hem te veroordelen; en wat Pilatus zelf, als hij de prefectuur over Palestina in het jaar 30 bezat, vrijwillig onder de druk van de Joodse leiders en het volk zou doen. God, terwijl Hij al deze mogelijke omstandigheden, personen en alle permutaties ervan kent, heeft gedecreteerd om alleen dié omstandigheden en alleen dié mensen – die vrijwillig zouden doen wat God wilde – het geval te laten zijn. Dus ontvouwde het hele scenario, zoals Lucas erop staat, volgens God’s plan.
God kan dus iets in een persoon zijn hart plaatsen door het zwak te actualiseren, niet door het te veroorzaken. Er kan over Hem worden gezegd dat Hij Farao’s hart heeft verhard door Farao in omstandigheden te plaatsen waar Hij wist dat Farao vrijwillig zijn eigen hart zou verharden! Op soortgelijke wijze wist God dat hij actors die symbolisch in het boek van Openbaring worden uitgebeeld in bepaalde omstandigheden vrijwillig kwade dingen zouden bedenken en doen, waardoor God’s oordeel over de hoer zou worden uitgevoerd.
God veroorzaakt dus niet het kwaad noch veroorzaakt Hij anderen tot het doen van kwaad. Maar Hij actualiseert zwak kwade zaken door de plaatsing van vrije personen in omstandigheden waarin Hij wist dat zou vrijwillig het kwaad zouden kiezen. Dus alles dat gebeurt, gebeurt door God’s directe wil of toestemming.
– William Lane Craig
Wil je het volledige artikel?
Je bekijkt momenteel een samenvatting van dit artikel.
Je kunt hier verder lezen op CrossExamined of het volledige artikel bekijken op de website van onze partnerorganisatie.