#38 Molinisme en Vrije Wil
December 28, 2018
Q
Mijn vraag gaat over Molinisme.
Molinisme beweert dat een persoon vrijwillig een bepaalde weg in elke set aan logisch mogelijke omstandigheden, die in een echte wereld zouden kunnen geschieden, zal kiezen. Is dit waar?
Laat ons twee sets aan logisch mogelijke omstandigheden nemen die in de echte wereld hadden kunnen plaatsvinden, maar die niet plaatsvonden:
ik zit en ontbijt in een hotel om 08:30 op zondag 30-12-2007, en een serveerder vraagt, “Thee of koffie?” en een alwetend wezen heeft foutloze kennis dat ik thee zal kiezen;
ik zit en ontbijt in een hotel om 08:30 op zondag 30-12-2007, en een serveerder vraagt, “Thee of koffie?” en een alwetend wezen heeft foutloze kennis dat ik koffie zal kiezen.
Zijn dit logisch mogelijke en verschillende sets aan omstandigheden?
Wat zijn mijn contrafeiten in elk van die sets aan omstandigheden?
Als er een definitief feit is over hoe ik in elk van die sets zou kiezen, is dit dan een bewijs dat Molinisme waar is?
Steven
Verenigde Staten
United States
Dr. craig’s response
A
Molinisme en vrije wil
Je stelling over het Molinisme is niet zo accuraat, Steven. Molinisme houdt aan dat God logisch nog voor Zijn decreet om een wereld te maken weet wat elke persoon vrijwillig zou doen in elke volledig gespecificeerde, vrijheid toestaande set aan omstandigheden waarin God hem zou kunnen plaatsen. Als de omstandigheden niet voldoende gespecificeerd zijn, is het mogelijk dat een contrafeit, wat betreft wat een persoon in die omstandigheden zou doen, waar is; in plaats hiervan hebben we misschien een echt contrafeit die louter stelt wat hij zou kunnen doen.
De omstandigheden die je beschrijft zijn zeer ondergespecificeerd, wat op het eerste gezicht kan leiden tot de gedachte dat “zou kunnen”-contrafeit alleen hier goed zou zijn. Maar jouw joker in het dek is dat je, als deel van de omstandigheden, de kennis over je keuze erbij doet, kennis aan de kant van een alwetend foutloos wezen, waardoor er wordt geïmpliceerd dat je op een bepaalde manier zal kiezen.
Dus wat betreft je vier vragen betreffende de omstandigheden die jij voorstelt:
Zijn dit logisch mogelijke en verschillende sets aan omstandigheden? In een zekere zin, ja, want gedeeltelijk beschrijf je twee mogelijke werelden tot aan de tijd t van jouw eigen kiezen, waarbij er in de ene een alwetend foutloos wezen is met kennis (N.B. geen middenkennis!) van jouw keus voor koffie, en waarbij er in de andere een alwetend foutloos wezen met kennis van jouw keus voor thee. Aan de andere kant, als contemporaire Molinisten het over verschillende “omstandigheden” hebben waarin een keuze wordt gemaakt, hebben ze het niet over “toekomst-geïnfecteerde” feiten zoals een alwetend foutloos wezen kennis heeft over de toekomst. Omdat zulke “zachte” feiten iemand zijn vrije keuzes achterna gaan, terwijl ze verschillend zijn wanneer ze dat zijn, zijn ze geen bruikbare gidsen bij het bepalen welke vrije keuzes in bepaalde omstandigheden beschikbaar zijn. Dus in deze technische zin (aannemend dat de hotel, de serveerder, enzovoorts, hetzelfde zijn) heb je verschillende “omstandigheden” niet beschreven. Anders zou je uiteindelijk met een zogenaamd “instortend contrafeit” kunnen zitten. Oftewel, de waarheid van diens consequente clausule impliceert de onwaarheid van diens antecedente clausule, zodat het niet waar kan zijn.
Wat zijn mijn contrafeiten in elk van die sets aan omstandigheden? Indefinitief zijn er vele vrije keuzes die je in die omstandigheden had kunnen maken, zoals opstaan en weggaan, of je bestelt een cola, of je vertelt de serveerder om op te donderen, enzovoorts. Natuurlijk: als je één van die dingen had gedaan, dan was de kennis van het alwetende wezen over wat je zou hebben gedaan anders geweest. Omdat de kennis van het alwetende wezen over wat je zal doen een zacht wat betreft het verleden is, is het niet onafhankelijk van hoe je vrijwillig zal kiezen. In zulke gevallen heb je de macht om zodanig te handelen dat, als je anders zou handelen, een feit van het verleden anders zou zijn geweest dan dat het nu is. Zulke gevallen rechtvaardigen het gebruik van zogenaamde “terugwerkende contrafeiten” dat, als je een handeling A tijdens t zou verrichten, een feit vóór t anders zou zijn geweest. We vinden dezelfde soort situaties in denkexperimenten met gevallen van tijdreizen of terugwerkende causatie.
Welke weg zou ik vrijwillig kiezen in elk van die sets aan omstandigheden? Je hebt er al voor gezorgd en getoond welk contrafeit waar is met betrekking tot elke set aan omstandigheden door ons te vertellen dat het alwetende foutloze wezen weet wat je zal doen, want dit is gewoon logisch equivalent aan [ ] (NOTE: original phrase seems unclear to me). Dus – natuurlijk – als het waar was dat je thee zou hebben gekozen, dan zou je thee hebben gekozen, en als het waar was dat je koffie zou hebben gekozen, dan zou je koffie hebben gekozen. Hier is geen mysterie!
Als er een definitief feit is over hoe ik in elk van die sets zou kiezen, is dit dan een bewijs dat Molinisme waar is? Vanzelfsprekend niet, want het cruciale voor de doctrine van middenkennis is wanneer God kennis heeft van zulke contrafeiten: is het logisch voor Zijn creatieve decreet of alleen logisch na Zijn creative decreet? Alle theologen zijn het er traditioneel over eens dat God kennis heeft van zulke contrafeiten; wat er zo anders was in Molina’s theorie was zijn vasthoudendheid dat God ze logisch vóór Zijn decreet kent, oftewel hun waarheidswaarde is niet van Zijn wil afhankelijk. Dus om de doctrine van middenkennis te bewijzen, is het niet genoeg om aan te tonen dat er in alle omstandigheden ware contrafeiten zijn over onze keuzes die door God worden geweten; er moet nog steeds worden aangetoond dat Hij ze vóór Zijn selectie van de daadwerkelijke wereld kent.
– William Lane Craig
Wil je het volledige artikel?
Je bekijkt momenteel een samenvatting van dit artikel.
Je kunt hier verder lezen op CrossExamined of het volledige artikel bekijken op de website van onze partnerorganisatie.