#1 Richard Dawkins’ Argument voor Atheïsme in The God Delusion
December 26, 2018
Q
Wat denkt u van Richard Dawkins’ argument voor atheïsme in The God Delusion?
Verenigde Staten
Dr. craig’s response
A
Op pagina’s 157–8 in zijn boek vat Dawkins wat hij “het centrale argument van mijn boek” noemt samen. Het gaat als volgt:
Eén van de grootste uitdagingen voor het menselijke intellect is geweest het uitleggen van hoe de complexe, onwaarschijnlijke verschijning van ontwerp in het universum is ontstaan.
De natuurlijke neiging is om de verschijning van ontwerp aan ontwerp zelf toe te wijzen.
De neiging is onwaar, omdat de ontwerpers-hypothese meteen het grotere probleem van wie de ontwerper heeft ontworpen doet ontstaan.
De meest ingenieuze en meest krachtige verklaring is Darwiniaanse evolutie door natuurlijke selectie.
We hebben geen equivalente verklaring voor fysica.
We zouden de hoop op een betere verklaring vanuit de fysica niet moeten opgeven, iets dat net zo krachtig is zoals het Darwinisme dat voor de biologie is.
Dus God bestaat vrijwel zeker niet.
Dit argument is schokkend, omdat de atheïstische conclusie “Dus God bestaat vrijwel zeker niet” nogal onverwachts uit een dode hoek schijnt te komen. Je hoeft geen filosoof te zijn om je te realiseren dat deze conclusie niet vanuit de zes eerdere stellingen kan komen.
Inderdaad, als we deze zes stellingen als premissen van een argument beschouwen, waarbij de conclusie “Dus God bestaat vrijwel zeker niet” zou moeten worden geïmplicereerd, dan is het argument duidelijk ongeldig. Geen logische inferentie-regel zou ons toestaan deze conclusie vanuit de zes premissen te laten volgen.
Een liefdadigere interpretatie zou zijn om deze zes stellingen niet als premissen te nemen, maar als samenvattings-stellingen van de zes stappen in Dawkins’ cumulatieve argument voor zijn conclusie dat God niet bestaat. Maar zelfs in dit geval volgt de conclusie “Dus God bestaat vrijwel zeker niet” niet vanuit de zes stappen, zelfs als we toegeven dat elke stelling waar en gerechtvaardigd is.
Wat volgt er wel uit Dawkins’ zes stappen-argument? Op zijn hoogst dat we God’s bestaan niet zouden concluderen op basis van schijnbaar ontwerp in het universum. Maar deze conclusie is best compatibel met God’s bestaan en zelfs met ons gerechtvaardigd geloof in God’s bestaan. Misschien zouden we in God moeten geloven op basis van het cosmologische argument of het ontologische argument of het morele argument. Misschien is ons geloof in God helemaal niet op argumenten gebaseerd, maar op religieuze ervaring of goddelijke openbaring. Misschien wilt God dat we simpelweg door geloof in Hem geloven. Het punt is dat de afwijzing van ontwerp-argumenten voor God’s bestaan niets doet om te bewijzen dat God niet bestaat of zelfs dat het geloof in God niet gerechtvaardigd is. Inderdaad: vele Christelijke theologen hebben argumenten voor het bestaan van God afgewezen zonder zich aan het atheïsme te geven.
Dus Dawkins’ argument voor het atheïsme faalt, ook al zouden we voor de discussie alle zes stappen als waar beschouwen. Maar in feite zijn sommige van deze stappen waarschijnlijk onwaar. Neem nu louter stap (3), bijvoorbeeld. Dawkins’ bewering hier is dat men niet is gerechtvaardigd als men ontwerp als beste verklaring voor de complexe orde van het universum accepteert, omdat er dan een nieuw probleem ontstaat: wie heeft de ontwerper ontworpen?
Deze repliek is op tenminste twee punten defect. Ten eerste hoeft men, om te erkennen dat een verklaring de beste is, geen verklaring voor de verklaring te hebben. Dit is een elementair punt betreffende de inferentie betreffende de beste verklaring zoals het in wetenschapsfilosofie wordt gedaan. Als archeologen in de aarde graven en dingen zouden ontdekken die op pijlpunten, bijlen en potscherven lijken, dan zouden ze gerechtvaardigd zijn om te denken dat deze objecten niet het toevallige resultaat zijn van sedimentatie en metamorfosis, maar producten van één of andere onbekende groep mensen, ook al hadden ze geen verklaring wie deze mensen waren of waar ze vandaan kwamen. Soortgelijk is het als astronauten een berg machines op de achterkant van de maan ontdekken: ze zouden gerechtvaardigd zijn om te denken dat het een product van intelligente buitenaardse wezens is, ook al hadden ze geen idee wie deze wezens waren of hoe ze hier ooit waren aangekomen. Om een verklaring als de beste te erkennen, hoeft men niet in staat te zijn de verklaring te verklaren. Als dit nodig zou zijn, dan zou er sprake zijn van een oneindige regressie aan verklaringen, waardoor niets zou kunnen worden uitgelegd en waardoor de wetenschap zou worden vernietigd. Dus in het geval hier in kwestie: om te erkennen dat intelligent ontwerp de beste verklaring is voor het schijnbare ontwerp in het universum, hoeft men niet in staat te zijn de ontwerper te verklaren.
Ten tweede denkt Dawkins dat, in het geval van een goddelijke ontwerper van het universum, de ontwerper gewoon zo complex is als hetgene dat moet worden uitgelegd, waardoor er geen verklarende vooruitgang wordt geboekt. Deze objectie doet allerlei vragen ontstaan over de rol die simpliciteit bij het de evaluatie van concurrerende verklaringen speelt; bijvoorbeeld, hoe simpliciteit tegenover andere criteria zoals verklaringskracht, verklaringsreikwijdte, enzovoorts, moet worden overwogen. Maar laat dat maar aan de kant liggen. Dawkins’ fundamentele fout is zijn assumptie dat een goddelijke ontwerper een entiteit is, die in complexiteit gelijk is aan de complexiteit van het universum. Als een geest zonder lichaam is God een opmerkelijk simpele entiteit. Als niet-fysieke entiteit bestaat de geest niet uit delen, en zijn saillante eigenschappen zoals zelf-bewustzijn, rationaliteit en wil, zijn essentieel voor de geest. Tegenover het contingente en gevarieerde universum, met al diens onverklaarbare kwantiteiten en constanten, is een goddelijke geest verrassend simpel. Zo’n geest kan zeker complexe ideeën hebben – het zou bijvoorbeeld kunnen denken aan oneindig kleine calculus – maar de geest zelf is een opmerkelijk simpele entiteit. Dawkins heeft duidelijk de ideeën van een geest – die inderdaad complex kunnen zijn – verward met een geest zelf, die zeer simpel is. Daarom, voor zover het het waard is om te zeggen, is een goddelijke geest als oorzaak van het universum aanstellen zeker voortgang in simpliciteit.
Andere stappen in zijn argument zijn ook problematisch; maar ik denk dat er al genoeg is gezegd om te laten zien dat zijn argument niets doet om ontwerp op basis van de complexiteit van het universum te ondermijnen, laat staan dat het kan dienen als rechtvaardiging voor het atheïsme.
– William Lane Craig
Wil je het volledige artikel?
Je bekijkt momenteel een samenvatting van dit artikel.
Je kunt hier verder lezen op CrossExamined of het volledige artikel bekijken op de website van onze partnerorganisatie.